Horizontale competenties
Twee uitgewerkte gedragsvoorbeelden
Analytisch vermogen
De mate waarin de persoon een probleem analyseert tot alle relevante informatie beschikbaar is en het probleem opdeelt in hanteerbare proporties.
| Verwart hoofd- en bijzaken. Concentreert zich op details. Doorziet geen onderlinge verbanden. Analyseert niet door. Is snel tevreden met het resultaat. Benadert zaken vanuit één aspect. | Houdt hoofd- en bijzaken redelijk uiteen. Is vaak met details bezig. Legt moeilijk verbanden. Analyseert oppervlakkig. Is snel tevreden. Benadert zaken vanuit een beperkt aantal aspecten. | Scheidt hoofd- en bijzaken. Verliest zich niet in details. Doorziet verbanden. Analyseert goed door. Is niet snel tevreden. Benadert zaken vanuit meerdere aspecten. | Weet snel hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Concentreert zich op hoofdzaken. Doorziet snel verbanden. Rust niet voordat alle relevante aspecten bekend zijn. Bekijkt problemen vanuit alle invalshoeken. |
Coachen
De mate waarin de persoon in staat is capaciteiten van anderen optimaal te gebruiken door middel van het geven van constructieve feedback en begeleiding en het bieden van ruimte.
| Biedt geen ruimte voor zelfontwikkeling. Geeft geen feedback over prestaties. Stelt geen doelen. Deelt kennis slecht. Heeft nooit tijd. Laat onduidelijkheden bestaan. | Mag meer ruimte geven voor zelfontwikkeling. Informatie over prestaties en verwachtingen is adhoc. Deelt kennis en vaardigheden te weinig. Heeft te weinig tijd voor vragen. Laat onduidelijkheden soms te lang bestaan | Stimuleert zelfontwikkeling. Is duidelijk over verwachtingen en prestaties. Deelt kennis en vaardigheden. Maakt tijd voor vragen. Moedigt aan en neemt twijfels weg. | Stimuleert permanent zelfontwikkeling. Is helder over verwachtingen en opbouwend bij het geven van kritiek. Is gebrand op het delen van kennis en vaardigheden. Neemt tijd voor vragen. Moedigt constant aan en neemt twijfels weg. |







